Strafrechtspraak in historisch Amsterdam: Deel 2

De vierschaar op de Dam

dam schavot
Executie van J.B.F. van Gogh op het Paleis op de Dam, 4 april 1778, prent door Dirk Schuurman. Collectie Atlas Dreesmann, Stadsarchief Amsterdam.

Het zijn plekken waar we allemaal geregeld langsfietsen: het tolhuis net aan de overzijde van het IJ in Amsterdam Noord, het paleis op de Dam en de Waag op de Nieuwmarkt. Drie plekken waar nog altijd sporen te zien zijn van de vroegere strafrechtspraak in de hoofdstad. Vandaag deel 2: de vierschaar op de Dam.

 Het paleis op de Dam werd tussen 1648 en 1665 naar ontwerp van Jacob van Campen gebouwd als stadhuis. Deze functie behield het gebouw tot koning Lodewijk Napoleon er in 1808 zijn intrek nam en het omdoopte tot paleis. Door het hele gebouw zijn allerlei zalen te vinden die met bestuur en recht te maken hebben en die herinneren aan de vroegere functie als stadhuis. De Burgerzaal, de grootste zaal in het paleis, die voor iedereen toegankelijk was en diende als ontmoetingsplek, is het meest indrukwekkend. Het is als een marmeren universum, met op de vloer het noordelijk en westelijk halfrond en de sterrenhemel. Amsterdam is daarin het centrum van de macht.

In de Burgerzaal word je omgeven door verschillende marmeren figuren. De meest opvallende is Atlas, die een gietijzeren hemelgewelf op zijn schouders torst als symbool van het uithoudingsvermogen. Onder Atlas zien we ook een ons bekende dame: vrouwe Justitia, de gerechtigheid. Ze houdt in haar ene hand een zwaard als teken van macht. Het is de rechter die bevoegd is recht te spreken en verplicht is een beslissing te nemen in het geschil en, in vroeger tijden, zo nodig een doodvonnis velt. In haar andere hand houdt ze een weegschaal, die verwijst naar het zorgvuldig afwegen van de argumenten van beide partijen. Links naast haar vinden we de personificatie van de Dood – het geraamte met een zandloper, en de Straf rechts van haar – de vrouw wier knie met een knieverbrijzelaar wordt vermorzeld. Onder haar linkervoet houdt Justitia een figuur met ezelsoren, dat is koning Midas die de hebzucht verbeeldt. Aan de andere kant zien we een figuur met slangenhaar: Medusa, de Nijd.

De plaats van deze beeldencombinatie is niet toevallig, die verschaft de toegang tot de schepenzaal. Hier werd door de schout (de officier van justitie en hoofd van de politie) en negen schepenen (de rechters) recht gesproken.

Interessanter nog vind ik de vierschaar: een imponerende ruimte waar vroeger de doodvonnissen werden uitgesproken. Wie voor het paleis staat, kan de marmeren ruimte van buitenaf zien: de vierschaar bevindt zich op dezelfde hoogte als het plein, onder de bogen aan de rechterkant. Als je door de ramen kijkt – maar beter is het eens naar binnen te gaan als het paleis geopend is – zijn er drie treden te zien. Hierop werden tien kussens gelegd voor de schout en schepenen.

De vierschaar is omgeven door wanden met allerlei afbeeldingen die verwijzen naar dood en straf, maar het meest opvallend zijn de drie marmeren voorstellingen boven de treden. In de linker nis is het vonnis van Zaleucus afgebeeld, dat moest de rechters wijzen op mededogen. Zaleucus was een Zuid-Italiaanse rechter die in de zesde eeuw voor Christus zeer strenge wetten zou hebben uitgevaardigd op basis van het oog om oog, tand om tand-principe. Op het plegen van overspel stond de straf dat beide ogen werden uitgestoken. Toen Zaleucus zijn eigen zoon schuldig bevond aan overspel, liet hij het rechter oog van zijn zoon uitsteken en bood hijzelf zijn linkeroog aan.

Het Salomonsoordeel is in het midden afgebeeld. Het is gebaseerd op het Bijbelverhaal van Salomo en verwijst naar wijsheid. Salomo was koning en hoogste rechter van Israël. Zijn beslissing werd gevraagd door twee vrouwen die in hetzelfde huis woonden en ongeveer gelijktijdig een kind hadden gekregen. Één van de kinderen was gestorven, maar beide vrouwen zeiden de moeder van het nog levende kind te zijn. Omdat niet kon worden vastgesteld wie de echte moeder was, stelde Salomon voor het kind door midden te hakken en de moeders elk een helft te geven. Een van de vrouwen stemde ermee in, maar de ander maakte bezwaar en zei dat ze in dat geval liever het kind levend in handen van de andere vrouw zag. Zo concludeerde Salomo dat deze vrouw de echte moeder moest zijn, en wees haar het kind toe.

Het verhaal van Brutus aan de rechterzijde hield de rechters voor een rechtvaardig oordeel te vellen. Brutus moest als consul van Rome zijn eigen zoons die de republiek in gevaar brachten, bestraffen. Hij moest zelf het bevel tot onthoofding geven. Makkelijk zal dat voor een vader niet zijn, maar je moet ook trouw blijven aan de regels: wie een misdaad heeft begaan moet bestraft worden, ongeacht de band die je met die persoon hebt.

Op vaste dagen was de vierschaar in gebruik. Het plein stroomde vol met toeschouwers die de vonnissen wilden horen. Net als het galgenveld in Amsterdam Noord zag men dit als spektakel dat het dagelijks leven doorbrak en voor vertier zorgde. Ook het schouwspel dat daarna kwam kon op veel bekijks rekenen: de daadwerkelijke voltrekking van de straf. Aan het paleis werd een schavot gebouwd. Er konden palen in de voorgevel worden gestoken die het schavot ondersteunden. Aan de rechterkant van het balkon is nog steeds te zien waar ze hebben gezeten: de gaten zijn nu dichtgemetseld, maar de vlakken zijn lichter van kleur dan de andere stenen.

marmer vierschaar
De vonnissen van Zaleucus, Salomo en Brutus in de vierschaar, Paleis op de Dam. Beeldhouwwerk door Artus Quellinus (1650-1652), marmer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *