Strafrechtspraak in historisch Amsterdam Deel 1

Luguber spektakel op het galgenveld

Galgenput Noord
Galgenput met koek-en-zopietent (1770-1790), tekening door Reinier Vinkeles. Stadsarchief Amsterdam, Collectie Atlas Dreesmann.

Het tolhuis net aan de overzijde van het IJ in Amsterdam Noord, het paleis op de Dam en de Waag op de Nieuwmarkt – we fietsen er geregeld langs. Bij alle drie de plekken zijn nog altijd sporen te zien van de vroegere strafrechtspraak in de hoofdstad. In dit drieluik maken we een tocht langs deze plaatsen. Vandaag deel 1: het tolhuis en het galgenveld in Noord.

Eind april 1664 vermoordde de achttienjarige Elsje Christiaens haar hospita met een bijl na een ruzie over de kamerhuur. Het meisje vluchtte de stad in nadat de buren op het gestommel en geschreeuw waren afgekomen en sprong in het Damrak, in de hoop niet gepakt te worden. Maar ze had geen schijn van kans, al snel werd ze uit het water gevist en gearresteerd. Uit de overgeleverde justitieboeken met daarin de verhoren en vonnissen, is duidelijk geworden wat daarna gebeurde. Op 28 en 29 april werd ze verhoord, waarbij ze inderdaad bekende de vrouw ‘in de cop gehackt te hebben’. Enkele dagen later, op 1 mei, werd het vonnis in het openbaar op de Dam uitgesproken:

Op’t schavot aan een paal geworgt te werden
datter de doodt nae volcht, ende met deselve
bijl daar sij de vrouw mede ter dood heeft
gebracht eenige slagen door den scherprechter
aan haar hooft geslagen, haar lichaam
gebracht aen de Voolewijck ende gestelt
aan een pael met een bijl boven haar hooft
om van de locht ende het gevogelt verteert te
werden, met confiscatie van goederen

Twee dagen later, op 3 mei 1664, werd Elsje op het schavot dat op de Dam was gebouwd voor de ogen van een grote horde toeschouwers gewurgd. Daarna werd haar lichaam tentoongesteld op het galgenveld Volewijck in Amsterdam Noord, een naam die daar nog steeds terug te vinden is. Zo, hangend aan een paal, werd Elsje Christiaans kort daarop getekend door Rembrandt.

Van de ongeveer duizend veroordeelden die tussen 1360 en 1795 op het galgenveld werden getoond, was Elsje Christiaens er één. Het galgenveld bevond zich waar nu ongeveer EYE staat, rond het Overhoeks. Op oude prenten is goed te zien dat het veld een prominente plaats innam: vanaf binnenvarende schepen in de Amsterdamse haven moet het vrijwel het eerste zijn wat de bemanning te zien kreeg, maar ook vanuit de stad zelf had je er goed zicht op. Het Centraal Station werd pas eind negentiende eeuw gebouwd, dus niets stond aan het uitzicht op het galgenveld in de weg. De Galgenstraat aan de westkant van het centrum draagt de naam niet zonder reden: van daaruit had je het beste zicht op de galgen.

De locatie en daarmee de uitmuntende zichtbaarheid van de galgen was bewust gekozen. Ook toen was afschrikking een van de strafdoelen en hoopte de overheid dat er een preventieve werking van uitging. Het was een duidelijk signaal voor ieder die dit zag: als je je niet aan de regels houdt dan staat dit je te wachten.

Enigszins opmerkelijk is dat veel Amsterdammers het galgenveld als één groot spektakel zagen. Een tochtje naar de overkant was als een theater- of museumbezoek, een uitje voor de zondag – al moet de stank en het gekrijs van hongerige kraaien verschrikkelijk zijn geweest, de lijken lagen er meestal jaren. Het is niet voor niets dat ik hierboven schreef dat Elsje tentoongesteld werd. De manier waarop de misdadigers werden opgehangen had veel weg van een theatrale enscenering. Zo werd uitgedrukt wat zij hadden misdaan, en op welke manier de misdaad werd gepleegd. Daarom werd bij de moordenaar het moordwapen getoond. Dat is terug te zien bij Elsje die als straf zelf ook met de bijl werd geslagen die later naast haar lichaam kwam te hangen.

Op prenten is ook te zien dat zich naast de galgen uitspanningen bevonden waar hele gezinnen en andere toeschouwers rustig konden picknicken. Ook het Tolhuis dat in 1662 werd gebouwd, speelde in op de sensatiezucht van de bezoekers – er werd een herberg gebouwd en even later zelfs een theekoepel (die werd al snel uitgebreid), wat nog meer mensen op de been bracht.

In 1795 werd het galgenveld met de grond gelijk gemaakt. De put waarin de lichaamsresten van de misdadigers vielen is nooit geruimd maar werd onder een grote hoeveelheid zand bedolven. De put is nooit teruggevonden, dus de kans is groot dat daar diep in de grond nog wat botten en schedels te vinden zijn.

Overigens waren de lugubere uitstapjes naar het galgenveld niet typerend voor Amsterdammers. Bekend is dat ook de Morgue in Parijs veel toeschouwers trok. In de Morgue werden onbekende doden tentoongesteld in de hoop dat iemand van de bezoekers de dode kon identificeren. Uiteindelijk kwamen hier vooral veel sensatiezoekers op af.

 

Elsje C
Elsje Christiaens, tekeningen door Rembrandt van Rijn (1664). Metropolitan Museum of Art, New York.

2 gedachten over “Strafrechtspraak in historisch Amsterdam Deel 1”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *