Strafrechtelijk onderzoek ‘in action’

Schermafbeelding 2016-04-18 om 11.07.44

Door: Bas de Wilde

Studenten zien maar een klein deel van de werkzaamheden van de medewerkers van de sectie Strafrecht. Natuurlijk, als docenten geven zij colleges, nemen zij tentamens af en begeleiden zij scripties. Maar dat is niet alles wat zij doen. Naast onderwijs is wetenschappelijk onderzoek een belangrijke taak van de universiteit. Een korte blik in de wondere wereld van het strafrechtelijke onderzoek.

Momenteel zijn Marjolein Cupido, Elinor Fry, Sonja Meijer, Lonneke Stevens en ik bezig met een rechtsvergelijkend onderzoek naar de rol die de tenlastelegging heeft in verschillende Europese landen. Het recht van Nederland, België, Frankrijk, Italië en Duitsland wordt in kaart gebracht en met elkaar vergeleken. Het onderzoek wordt niet alleen uitgevoerd omdat het onderwerp onze interesse heeft. Het wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dat ervoor betaalt. Dit is een van de manieren waarop de universiteit geld verdient.

Waar wij bij het schrijven van wetenschappelijke artikelen dikwijls helemaal vrij zijn om te bepalen waarover die gaan, is dat bij dit type onderzoek anders. Het ministerie wil bepaalde aspecten van de tenlastelegging onderzocht hebben en de wensen van het ministerie bepalen voor een belangrijk deel de omvang van het onderzoek en de wijze waarop het wordt uitgevoerd. De klant is immers koning. Om te waarborgen dat een deugdelijk onderzoeksrapport wordt opgeleverd, waarin de vragen van het ministerie worden beantwoord, wordt bij dit soort onderzoek meegekeken door een begeleidingscommissie, bestaande uit strafrechtelijke deskundigen en medewerkers van het ministerie. Tijdens het onderzoek moeten wij een aantal keren tussenrapportages uitbrengen, die met de commissie worden besproken.

Omdat wij in opdracht van het ministerie werken, bevinden wij ons als wetenschappers in een wat lastige positie. Enerzijds kunnen wij niet alleen opschrijven wat de opdrachtgever graag wil horen. Wij moeten immers wetenschappelijk integer te werk gaan. Anderzijds moeten wij erg voorzichtig zijn met de formuleringen die wij gebruiken, omdat sommige dingen politiek gevoelig liggen. Complicerend is dat wij niet goed aanvoelen wat precies gevoelig ligt en wat niet.

Over complicaties gesproken: dat dit onderzoek rechtsvergelijkend van aard is, zorgt ook voor diverse hobbels die moeten worden genomen.

Een eerste hobbel is de taal. Niemand van ons spreekt vloeiend Frans, maar we moeten wel het Franse recht in kaart brengen. Hoe doe je dat? Wij hebben daarvoor twee oplossingen gekozen. Ten eerste hebben wij een student-assistent aangesteld die de Franse taal wél goed beheerst. Zij helpt ons bij het verzamelen van bronnen en bij het doorgronden daarvan. Ten tweede hebben wij interviews afgenomen met Franse rechters, officieren van justitie en advocaten. Op die manier kunnen wij het Franse recht voldoende doorgronden om er een rapport over te kunnen uitbrengen.

Een tweede hobbel is het ontbreken van grondige kennis van het buitenlandse recht bij de Nederlandse onderzoekers. Wie de rol van de tenlastelegging naar bijvoorbeeld Italiaans recht onderzoekt, kan niet alleen focussen op de tenlastelegging, maar zal ook een iets bredere kennis moeten krijgen van het Italiaanse strafprocesrecht, om de toepasselijke regels goed te kunnen begrijpen. Daarbij bestaat wel een beperking. Het is immers niet mogelijk om in de beperkte tijd waarbinnen het onderzoek moet worden uitgevoerd, het hele Italiaanse strafprocesrecht te doorgronden. Er moeten dus voortdurend keuzes worden gemaakt.

Een derde hobbel is de vergelijking van de verschillende rechtssystemen. In die vergelijking schuilt de toegevoegde waarde van het onderzoek, maar hoe vergelijk je rechtssystemen die op sommige punten nogal van elkaar verschillen? Als wij bijvoorbeeld opschrijven dat ook naar Duits recht de rechter alleen feiten bewezen mag verklaren die ten laste zijn gelegd, wekt dat de suggestie dat het Nederlandse en Duitse recht sterk op elkaar lijken. In werkelijkheid heeft de Duitse rechter echter veel vrijheid om van de letterlijke tekst van de tenlastelegging af te wijken. Het gaat erom dat de essentie van het ten laste gelegde feit bewezen wordt. Zo mag de Duitse rechter over het algemeen een ten laste gelegde diefstal bewezen verklaren als heling, wat in Nederland ondenkbaar zou zijn. Zowel de Nederlandse als de Duitse rechter mag alleen ten laste gelegde feiten bewezen verklaren, maar het woord ‘feit’ heeft in het Duitse recht een veel ruimere betekenis dan in het Nederlandse recht.

Uit de voorlopige rapporten per land blijkt dat grote verschillen bestaan tussen de onderzochte landen. Zo kennen sommige landen tenlasteleggingen die in voor de verdachte toegankelijke taal zijn geschreven, terwijl andere landen werken met moeilijk te doorgronden tenlasteleggingen waarin allerlei juridische termen worden opgenomen. Het definitieve rapport zal volgens de planning medio 2016 worden opgeleverd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *