Allochtone strafrechters gezocht

ANP-12731712-568x3641
Foto: ANP / Lex van Lieshout

Door: Frank Bovenkerk

Als ik afgelopen september voor het eerst de collegezaal binnenloop om het mastervak strafrecht te gaan volgen, word ik getroffen door de ongebruikelijke demografische samenstelling van de populatie van studenten. Zo op het eerste gezicht schat ik dat 40 procent deelnemers aan de werkgroep een immigranten-achtergrond zou kunnen hebben. Dat ben ik aan Nederlandse universiteiten (met uitzondering misschien van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam) nog nooit eerder tegengekomen.

1. Studeren aan de VU

In het begin van mijn carrière –  ik studeerde vijftig jaar geleden aardrijkskunde aan de Universiteit van Amsterdam en daarna was ik twintig jaar volkenkundige bij de sociale faculteit van de Universiteit Utrecht – heb ik veel onderzoek gedaan naar immigratie en ik heb mij tot pleitbezorger van de multiculturele samenleving ontwikkeld. Wat ik hier aan de Vrije Universiteit aantref, komt aardig overeen met wat ik mij daarbij destijds had voorgesteld. Volgens de gangbare (maar wel enigszins versleten) Amerikaanse immigratietheorie heeft een immigrantengroep vijftig jaar nodig om te integreren. De grote immigraties van vijftig jaar geleden (uit de voormalige koloniën Nederlands- Indië, Suriname en de Antillen en die van gastarbeiders met hun gezinnen uit landen rond de Middellandse zee) hebben een tweede generatie voortgebracht die op dit moment doorstoot naar de universiteit. In Amsterdam wordt door het Bureau voor de Statistiek de helft (50,3 % om precies te zijn) van de stadsbevolking geregistreerd als allochtoon. Als de studentenpopulatie van een Amsterdamse universiteit een afspiegeling vormt de bevolking, dan is die veertig procent in mijn strafrechtwerkgroep wel zo ongeveer te verwachten.

Het relatief grote aantal allochtone studenten valt mij speciaal op bij de Vrije Universiteit en niet ergens anders. In de tweede helft van mijn carrière aan de Universiteit Utrecht waar ik criminologie doceerde aan de rechtenfaculteit en tijdens een bijzonder hoogleraarschap dat ik na mijn pensionering bekleedde bij de politicologen aan de Universiteit van Amsterdam, ben ik nooit veel studenten tegengekomen die uit etnische minderheidsgroepen afkomstig zijn. Omdat ik nooit anders had meegemaakt bij universiteiten is hun afwezigheid mij nooit zo opgevallen. Bij nader inzien zou wat ik nu aantref bij de VU eigenlijk als normaal moeten gelden en ik zou willen weten waarom dat bij andere universiteit niet zo is. Vooral de Universiteit van Amsterdam heeft iets uit te leggen lijkt me. Die betrekt haar studenten uit hetzelfde gebied: de stad Amsterdam en omstreken.

Hoe kan die opmerkelijke ‘normaliteit’ van de VU worden verklaard? Ik vraag in het rond en hoor dat de gebouwen van de VU dichter tegen het allochtonenrijke Amsterdam-West aanliggen, terwijl de UvA zich midden in de blanke en rijke grachtengordel bevindt. Die redenering is niet overtuigend: de Bijlmermeer en Amsterdam-Oost heeft ook veel allochtonen en die stadsdelen liggen even dicht bij allebei de universiteiten.

Zou het komen omdat de VU speciaal haar best doet om studenten uit minderheidsgroepen te werven? Zover ik weet heeft er geen aparte reclamecampagne plaats gevonden.  Aan een overrompelende welkomstcultuur kan het ook  niet liggen. Bij het begin van de master strafrecht stelt een kleine kern van de staf zich kort voor en verdwijnt achter glazen deuren die op slot gaan. De communicatie tussen staf en studenten verloopt grotendeels via internet.

Misschien werkt de reputatie van de Vrije Universiteit als instelling van emancipatie wel mee om minderhedenstudenten te werven. Er bestaat natuurlijk een enorm verschil tussen de emancipatie van de ‘kleyne luyden’ van het Protestant-Christelijke volksdeel in 1880 en die van de immigrantengroepen vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, maar misschien is er bij de VU toch wel sprake van een zekere openheid ten opzichte van afkomst, diversiteit en godsdienst. Werkt de traditie van de verzuiling nog door?  Studenten met een Mohammedaanse achtergrond worden de mogelijkheid geboden zich in gebedsruimten terug te trekken. Er bestaat een leerstoel Hindostaanse diasporastudies en er is een Centrum voor Islamitische Theologie. De rector magnificus van de VU is afkomstig uit India.

Belangrijker lijkt mij echter de zelfselectie van studenten die zich min of meer spontaan schijnt te hebben voltrokken. Wie de eerste allochtone studenten precies waren die zich inschreven bij de VU zal wel niet eenvoudig zijn te achterhalen, maar ik krijg uit gesprekken met mijn medestudenten van nu de indruk dat de huidige rekrutering plaats vindt via de netwerken van familie, vrienden en  middelbare scholen. Ze komen af op de universiteit die zich kennelijk inschikkelijk betoont voor culturele diversiteit.

2. Het blanke bolwerk van de rechters

Een maand nadat ik mijn studie ben begonnen, houd  ik een toespraak voor de rechters van Amsterdam. Men wil van mij als criminoloog horen hoe de verdachtenpopulatie over wie zij dagelijks hebben te oordelen, de afgelopen jaren is veranderd. In de zaal met naar ik schat 150 toehoorders, kan ik zo op het eerste gezicht niet meer dan één rechter ontwaren die uit een minderheidsgroep afkomstig zal zijn. Dat klopt met het algemene beeld, volgens de opgave van de Raad voor de rechtspraak zijn allochtone rechters nog steeds een zeldzaamheid. Waar de afgestudeerde juristen met een migrantenachtergrond terecht komen weet ik niet, maar in ieder geval niet of nauwelijks bij de rechterlijke macht.

Als ik de rechters in de pauze vraag hoe zij dit verklaren, menen sommigen dat dit een kwestie van tijd is. De toestroom van vrouwen in de rechterlijke macht was immers ook met enkelingen begonnen? Overtuigen doet me deze verklaring niet, er studeren al jarenlang juristen af die uit een minderheidsgroep komen en die hebben bij voorbeeld de weg naar de advocatuur wél gevonden. Andere rechters uit mijn publiek  menen dat ze wel eens gehoord hebben dat de taalbeheersing van allochtonen tekort schiet en dat weegt zwaar bij een beroep waarbij het zo op de finesses van het taakgebruik aankomt. Ook dit argument lijkt me niet sterk. Om door te dringen tot het hoogste niveau van de rechtenstudie moet een student toch al in ruime mate hebben bewezen het Nederlands machtig te zijn.

De rechterlijke macht in Nederland zou er goed aan doen om de kennelijke blokkade in de aansluiting van de rechtenstudie naar het beroep van rechter (en officier van justitie) op te ruimen. De voordelen zijn duidelijk. Als het corps van rechters multicultureel zou zijn samengesteld zou dit de legitimiteit van de rechtspraak vergroten. In de multiculturele samenleving kun je niet langer verkopen dat het vrijwel uitsluitend autochtone rechters zijn die oordelen over een verdachtenpopulatie die voor een groot gedeelte allochtoon is. Een vonnis dat wordt uitgesproken door een zwarte rechter of  een collega met de Marokkaanse of Turkse achtergrond, zou bij allochtone daders ook nog wel eens beter aan kunnen komen. Uit de psychologische theorie over de werkzaamheid van ‘algemene werkzame factoren’ in de hulpverlening (bijvoorbeeld bij psychiaters) weten we dat de effectiviteit van interventies in belangrijke mate wordt bevorderd wanneer overeenstemming bestaat in de sociale achtergrond en de persoonlijkheid van de therapeut en de patiënt.

De verdachten zijn nog steeds overwegend afkomstig uit de minste sociaal economische lagen van de samenleving en daarin zijn etnische minderheden sterk oververtegenwoordigd. In meer dan één onderzoek is vastgesteld dat delinquente jongeren die uit minderheden afkomstig zijn bij dezelfde delicten en een overeenkomstige justitiële geschiedenis, zwaarder worden gestraft dan autochtone jongeren. Hoe dat precies komt is lastig te verklaren. De rechterlijke macht zoekt de oorzaak in de eerste plaats bij zichzelf, maar het zit ingewikkelder in elkaar. In meer dan 90 % van de gevallen neemt de rechter bij de straftoemeting het advies over van de Raad voor de Kinderbescherming of het NIFP. In  deze instellingen is het besef dat het rekening houden met culturele diversiteit noodzakelijk is ten behoeve van de rechtseenheid nog maar recent doorgebroken. De forensische psychiaters zijn nu wel met een bijscholingscursus begonnen. Ook rechters kunnen cursussen in culturele diversiteit volgen, maar waarschijnlijk is niets zo effectief als het werven van juristen in opleiding met een allochtone achtergrond voor de functie van rechter.

3. Een quotum voor allochtone rechters?

Op 14 april j.l. belegt het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten in Den Haag een bijeenkomst over deze kwestie waarbij wél een heleboel afgestudeerde juristen afkomstig uit minderheidsgroepen aanwezig zijn. Een vertegenwoordigster van de Raad voor de Rechtspraak vertelt dat er in het recente verleden wel degelijk programma’s zijn uitgevoerd om allochtone rechtenstudenten voor het beroep van rechter te interesseren, maar veel opgeleverd heeft dat niet. Volgens verschillende sprekers bij deze bijeenkomst schuilt het venijn in de blokkades die (bewust of onbewust) aanwezig zijn in de bedrijfscultuur van rechtsprekend Nederland. Strafrechters maken allochtonen dagelijks alleen mee als verdachten en zij zouden onvoldoende open staan voor de gedachte dat dit hun oordeel ongunstig beïnvloedt.

Erg veel wetenschappelijke houvast anders dan anekdotes over vooroordelen, leveren zulke beschouwingen nog niet op.  Tegelijkertijd blijkt er onder het publiek wel een zekere eenstemmigheid te ontstaan: het probleem moet worden opgelost door de cultuur van de rechtspraak aan een kritische beschouwing te onderwerpen. Zolang dat nog  niet is gebeurd zou men de impasse kunnen doorbreken door in het personeelsbeleid een quoteringregeling in te voeren. Zo’n quotum heeft het nadeel dat op iedere nieuw benoemde allochtone rechter bewust of onbewust de verdenking komt te rusten dat hij of zij om zijn of haar afkomst is uitgekozen en niet vanwege uitmuntende geschiktheid. Aan de andere kant: collega’s worden zo in staat gesteld om zelf vast te stellen dat ze uitstekend met allochtone collega’s samen kunnen werken en ook dat ze in de praktijk van het strafproces aan de culturele kennis van de allochtone rechter veel kunnen hebben.

De studenten strafrecht van de VU die ik nu in de master tegenkom, zouden in het experimenteren daarmee een interessante rol kunnen spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *